Nieuws & Blog

Anke van Hal is professor Sustainable Building aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast maakt ze na een langere afwezigheid sinds kort weer deel uit van de Wetenschappelijke Raad van Advies van NL Greenlabel. We spraken met haar over de derde succesfactor en het belang van groen op wijkniveau.

Professor Anke van Hal over de derde succesfactor

Nieuws & Blog

Anke van Hal is professor Sustainable Building aan de Nyenrode Business Universiteit. Daarnaast maakt ze na een langere afwezigheid sinds kort weer deel uit van de Wetenschappelijke Raad van Advies van NL Greenlabel. We spraken met haar over de derde succesfactor en het belang van groen op wijkniveau.

Je bent na langere tijd weer teruggekeerd tot de Wetenschappelijke Raad van Advies van NL Greenlabel. Waar was je in de tussentijd?

Ik heb twee jaar gewoond en deels ook gewerkt in Canada. ‘Deels’ omdat mijn werk in Nederland grotendeels doorliep. Sinds twee jaar ben ik weer in Nederland. Onlangs sprak ik Nico Wissing (mede-oprichter NL Greenlabel, red.) weer. Toen ontstond het idee om weer tot de WRA toe te treden.

Een belangrijk onderdeel van je onderzoek richt zich op de Derde Succesfactor. Kun je uitleggen wat je daarmee bedoelt?

Het blijkt in de praktijk vaak lastig om bewoners te betrekken bij de energietransitie in de bestaande woonomgeving. Maar ook professionals hebben het vaak moeilijk om zich aan te passen aan nieuwe uitdagingen op dit vlak. Uit mijn en ander onderzoek blijkt dat het slagen van een project vaak afhangt van een factor die niet alleen maar financieel of technisch is. Die factor noem ik de derde succesfactor. Die heeft te maken met emoties en menselijk gedrag.

Zo was er bijvoorbeeld een experiment van het Britse Behavioral Insights Team (BIT) waarin huishoudens (tegen betaling) dakisolatie werd aangeboden, in combinatie met een service om de zolder schoon en leeg te laten maken (loft clearance). Wat bleek: in combinatie met deze opruimservice is de kans vier keer zo groot dat  particulieren investeren in dakisolatie. Dat is een prachtig voorbeeld van de derde succesfactor.

Waarom de derde succesfactor werkt kun je verklaren uit de gedragswetenschappen. Mensen willen best wel goed doen maar hun directe eigenbelang is meestal dominant; ze streven op korte termijn naar een gelukkig en prettig leven. Het falen of slagen van een participatietraject hangt vaak samen met de vraag hoezeer een maatregel bijdraagt aan dit streven. Kort gezegd: worden mensen er blij van? Worden ze er enthousiast van?

Het is wel opvallend dat je vanuit je expertise steeds meer met inzichten van gedragsonderzoekers doet. Dat soort ‘zachte’ wetenschappen worden in de bouwwereld toch niet echt serieus genomen?

Dat klopt, maar het is naar mijn idee wel heel belangrijk. Neem als voorbeeld de terugverdientijd waar vaak naar wordt gerefereerd bij het aanprijzen van energiebesparende maatregelen. De terugverdientijd is op papier een kloppende som maar wordt emotioneel vaak heel anders ervaren. Hoe langer het duurt voordat je er financieel baat bij hebt, hoe minder zwaar het weegt. Bovendien hebben mensen last van verliesaversie. Die kennis zouden renovatiespecialisten moeten hebben. Zeker gezien de urgentie van de energietransitie is het erg belangrijk om te weten hoe bewoners ook op een positieve manier betrokken kunnen worden. Anders verlies je draagvlak. 

Bij NL Greenlabel hebben we het vaak over meekoppelkansen. Een goede maatregel biedt veel meekoppelkansen, namelijk baten ten aanzien van andere maatregelen. Is dit vergelijkbaar?

Bij een koppelkans onderzoek je wat er speelt in de wijk en haak je daarop in met een ingreep
die op meer dan één terrein effect sorteert. Bij een meekoppelkans staat het duurzaamheidsdoel voorop maar neem je ook een ander doel mee. De derde succesfactor richt zich op koppelkansen. Dat wat mensen echt belangrijk vinden, vormt het uitgangspunt. Ik denk zeker dat de focus van NL Greenlabel op vergroening van stedelijk gebied een mooi voorbeeld van een koppelkans kan zijn. Vergroening draagt aantoonbaar bij aan bewonersgeluk, aan gezondheid en aan klimaatadaptatie.

Een mooi voorbeeld is ‘steen eruit, plant erin’ van Stichting Steenbreek. Prachtig initiatief dat het klimaatadaptief maken van tuinen laagdrempelig maakt door een eenvoudige prikkel in te bouwen waar mensen blij van worden. Het succes van deze actie is enorm.

Je bent professor Sustainable Building. NL Greenlabel houdt zich vooral bezig met de duurzame leefomgeving. Waar is de link tussen je werk en NL Greenlabel?

Groen vormt een belangrijk thema van duurzaamheid (alhoewel steeds meer mensen denken dat duurzaamheid alleen over energie gaat) en duurzaam bouwen gaat over gebouwen en de omgeving daaromheen. Ik houd me veel bezig met de energietransitie in de bestaande woonomgeving en sinds het streven naar aardgasvrij gaat het daarbij veel over het wijkniveau.  Dat maakt het creëren van koppelkansen, zoals vergroening of het autoluw maken, eenvoudiger en daarmee het inspelen op de derde succesfactor ook. Immers, als je de hele straat openhaalt om een warmtenet aan te leggen, dan is dat een natuurlijk moment om de inrichting van de straat ook aan te pakken.

De methodiek van NL Greenlabel, die integraal kijkt naar de leefomgeving, helpt om duurzaamheid als begrip inzichtelijk te maken. Wat ik waardeer is dat ze bij NL Greenlabel nog een breed begrip van duurzaamheid hanteren, dat niet alleen energie betreft, maar bijvoorbeeld ook biodiversiteit en wateropvang.. Naast het meetbaar maken van verduurzaming, wat voor beleid ontzettend belangrijk is, zie ik NL Greenlabel ook als aanjagers die mensen enthousiasmeren omdat groen een grote bijdrage aan woongeluk vormt. Ik ben daarom blij dat ik daar vanuit mijn kennis over de verduurzaming van de bestaande woonomgeving over kan meedenken. 

Anke van Hal’s essay ‘De derde succesfactor bij het aardgasvrij maken van wijken’ is hier te vinden.

NL Greenlabel