Op zoek naar duurzame producten en planten voor de buitenruimte? Bekijk de catalogus →

Nieuws

De warmtetransitie vereist dat vele tienduizenden bestaande woningen jaarlijks worden gerenoveerd en geïsoleerd. Soorten die door de Wet Natuurbescherming worden beschermd, moeten bij deze maatregelen uiteraard worden ontzien. Om te voorkomen dat er telkens een ontheffing bij de verantwoordelijke overheidsinstantie moet worden aangevraagd, kan een gedragscode worden opgesteld. Onlangs is zo’n gedragscode voor Natuurinclusief Renoveren door de Raad van State afgekeurd. Over de aanleiding en de gevolgen spreken we met Sander Hunink, Adviseur natuurbeschermingsrecht bij ecologisch adviesbureau NatuurInclusief.

Sander Hunink (NatuurInclusief) over natuurinclusief renoveren: ‘Duurzaamheid vs. ecologie? Onzin’

Nieuws

De warmtetransitie vereist dat vele tienduizenden bestaande woningen jaarlijks worden gerenoveerd en geïsoleerd. Soorten die door de Wet Natuurbescherming worden beschermd, moeten bij deze maatregelen uiteraard worden ontzien. Om te voorkomen dat er telkens een ontheffing bij de verantwoordelijke overheidsinstantie moet worden aangevraagd, kan een gedragscode worden opgesteld. Onlangs is zo’n gedragscode voor Natuurinclusief Renoveren door de Raad van State afgekeurd. Over de aanleiding en de gevolgen spreken we met Sander Hunink, Adviseur natuurbeschermingsrecht bij ecologisch adviesbureau NatuurInclusief.

De Brede Stroomversnelling, een organisatie waarin bouwers, toeleveranciers, woningcorporaties en gemeenten zijn verenigd, heeft in 2017 een gedragscode voor natuurinclusieve renovatie opgesteld. Deze gedragscode is in datzelfde jaar door demissionair minister Schouten goedgekeurd.

Op 21 april 2021 heeft de Raad van State geoordeeld dat ze dat niet had mogen doen. De code biedt namelijk onvoldoende zekerheid dat beschermde diersoorten zoals de huismus, de gierzwaluw en diverse soorten vleermuizen op de lange termijn in stand kunnen worden gehouden. Die instandhouding is een eis van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Installateurs, bouwers en gemeenten vrezen dat isolatie van het bestaande woningbestand grote vertraging zal oplopen.

Sander, kun je kort toelichten waarom de gedragscode is opgesteld?

“Op dit moment is het zo dat voor elke renovatie waarbij beschermde soorten worden geschaad, in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing bij het bevoegd gezag moet worden aangevraagd. Dat bevoegd gezag is vaak een provincie, maar soms ook een gemeente of het Rijk. Dat is natuurlijk heel erg omslachtig, zeker als per gebouw een aanvraag moet worden gedaan. Daarom heeft Stroomversnelling de NOM-gedragscode opgesteld zodat renovaties op gebiedsniveau sneller kunnen worden doorgevoerd. De gedragscode is dus een manier om de aanvraagprocedure van een ontheffing te ontlopen en de warmtetransitie te versnellen.”

De Raad van State heeft de gedragscode onlangs ongeldig verklaard. Waarom is dat het geval?

“Er zijn verschillende partijen, waaronder de aanklagers SEVON en Stichting Witte Mus, die zienswijzen hebben ingediend. Ik ben daar ook betrokken geweest. In de zienswijzen is aangekaart dat deze richtlijn niet voldoende is om soorten te beschermen. Stroomversnelling was daarvan op de hoogte, maar heeft toch het risico genomen om de gedragscode voor te leggen. Ze hebben goede bedoelingen, maar er waren nog teveel open eindjes waar beschermde soorten de dupe van zouden kunnen worden.”

Waarin schiet de gedragscode tekort?

“Het voornaamste probleem is dat compenserende maatregelen die in de gedragscode zijn genoemd onvoldoende zijn bewezen. De ecologische onderbouwing van compenserende maatregelen is zodoende vaak ondermaats.

Daarbij gaat het overigens niet alleen over nest- en verblijfslocaties, maar ook over voedselbronnen in de omgeving. De omgeving is ook benoemd als één van de drie bouwstenen van het Manifest Bouwen voor Natuur dat onlangs door Natuur & Milieu, De Vogelbescherming en NL Greenlabel is opgesteld. Dat is erg belangrijk.

Er moet nog veel onderzoek voor worden verricht; natuurbeheer is nu eenmaal maatwerk. Een maatregel die voor de ene vleermuizensoort goed werkt, kan voor een andere soort helemaal niet werken. Gezien deze onzekerheid kan deze landelijk geldende gedragscode, die renovatie op grote schaal mogelijk maakt, veel schade veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan gevelisolatie waardoor vleermuizen worden ingesloten en sterven. Als dat op grote schaal gebeurt zonder bewezen compenserende maatregelen, kan dat grote effecten hebben op de populaties vleermuizensoorten in Nederland die vaak afhankelijk zijn van dat soort holtes.”

(tekst gaat door onder afbeelding)

Deze grootoorvleermuis was slachtoffer van na-isolatie, een maatregel die niet was opgenomen in de gedragscode. (foto: Natasja Groenink/Zoogdiervereniging)

De uitspraak van de Raad van State over de PAS in mei 2019 heeft de zogenaamde stikstofcrisis teweeggebracht. Welke gevolgen kunnen we dit keer verwachten?

“De omvang van de effecten zal veel kleiner zijn dan bij de PAS-uitspraak. Daarbij ging het er vooral om dat de belofte om de stikstofdepositie te verlagen niet werd ingelost. Er werd vast ‘ontwikkelruimte’ vrijgegeven voor nieuwe ontwikkelingen voordat verlaging van de depositie daadwerkelijk had plaatsgevonden. Daardoor werd de stikstofproblematiek niet effectief  aangepakt. Met andere woorden, je kunt de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is.

Ik verwacht dat de uitspraak over de gedragscode van Stroomversnelling vooral effect zal hebben op andere gedragscodes die op dit moment worden ontwikkeld voor andere renovatietrajecten. De Vereniging voor Woningcorporaties is bijvoorbeeld ook bezig met een dergelijke gedragscode. Ze zullen veel beter moeten kijken naar de inpassing van de Wet natuurbescherming in hun gedragscode.

Er is nog een tweede effect te verwachten, namelijk dat de overzichten van werkzame compensatiemaatregelen op korte termijn moeten worden geactualiseerd. BIJ12 [uitvoeringsorganisatie voor de twaalf provincies, red.] heeft recente kennisdocumenten in beheer die in 2014 voor het laatst zijn geactualiseerd. Er worden veel compensatiemaatregelen bedacht, maar per soort moet door monitoring wel worden onderzocht wat de gevolgen zijn. Deze informatie is vaak niet openbaar, maar is wel essentieel om de effectiviteit van maatregelen vast te stellen en zo populaties van beschermde soorten te behouden.”  

In reactie op de uitspraak wordt gesteld dat natuurorganisaties de verduurzaming van Nederland vertragen. Hoe kijk jij daar tegenaan?

“Dat is een kwestie van framing. Het is niet waar dat wij die verduurzaming tegen willen houden. Uiteraard willen wij ook dat het woningbestand wordt verduurzaamd, maar niet ten koste van gebouwgebonden soorten. Daar heeft de mens ook een belang bij. Een vleermuis eet bijvoorbeeld per nacht tot 3000 insecten, waaronder veel muggen. Ik kan je vertellen, de tuin wordt ‘s zomers een muggenparadijs als hele populaties vleermuizensoorten door niet goed doordachte isolatiemaatregelen instorten. Dat willen we graag voorkomen.”

Sander werd onlangs ook geïnterviewd over soortbeschermingsrecht door Het Instituut voor Bouwrecht. Luister de podcast hier.