Nieuws

Sportvelden en gazons in parken kunnen een bijdrage leveren aan het herstel van de biodiversiteit en de effecten van klimaatverandering tegengaan. Dat is goed nieuws voor gemeenten en particuliere terreineigenaren. Er is echter wel een belangrijke voorwaarde: wil er sprake zijn van deze positieve effecten, dan is een integrale visie op de aanleg en het beheer noodzakelijk. Het NL Terreinlabel biedt een kader om een integrale visie te formuleren en garandeert dat zaken als duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit een vaste plek krijgen in zowel het ontwerp- als ook het beheerplan.

Duurzaam onderhoud voor sportveld en park vraagt om integrale visie

Nieuws

Sportvelden en gazons in parken kunnen een bijdrage leveren aan het herstel van de biodiversiteit en de effecten van klimaatverandering tegengaan. Dat is goed nieuws voor gemeenten en particuliere terreineigenaren. Er is echter wel een belangrijke voorwaarde: wil er sprake zijn van deze positieve effecten, dan is een integrale visie op de aanleg en het beheer noodzakelijk. Het NL Terreinlabel biedt een kader om een integrale visie te formuleren en garandeert dat zaken als duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit een vaste plek krijgen in zowel het ontwerp- als ook het beheerplan.

Veel terreinbeheerders weten dat het essentieel is om bij de aanleg van grasvelden na te denken over zaken als beheer en onderhoud. Een slim ontwerp en duurzame aanleg kan immers op termijn veel kosten besparen, bijvoorbeeld op het vlak van onkruidbestrijding en watergift. Zo’n werkwijze vereist een integrale blik, waarin korte en lange termijn effecten van elke keuze worden afgewogen. Een concreet voorbeeld: een goed doorwortelde grasmat beperkt de groei van onkruid en maakt intensieve onkruidbestrijding overbodig. Een integrale aanpak richt zich daarom op het verbeteren van het bodemleven, bijvoorbeeld door de toepassing van organische meststoffen en bodemverbeteraars. Een gezonde bodem en uitgekiend maaibeheer zorgen zo voor een goede grasmat, in tegenstelling tot kunstmeststoffen, die slechts kort effect hebben en geen enkele bijdrage leveren aan de bodemgezondheid.

Liever natuurgras

Een integrale aanpak houdt ook in dat van te voren de gehele levenscyclus van het te ontwikkelen (sport-)veld in ogenschouw wordt genomen. Daarbij gaat het niet alleen om beheerkosten tijdens de levensduur, maar bijvoorbeeld ook om milieubelasting en de verwerking aan het eind van de levenscyclus. Vaak zien sportclubs op tegen de kosten van natuurgras. Dat is begrijpelijk, want maaien, bemesten, verticuteren, water geven etc., brengen vaste lasten met zich mee. Kunstgras lijkt dan, althans vanuit economisch oogpunt, geen onlogische keuze. Maar vergeet niet dat ook kunstgras bewaterd moet worden, onkruidbeheer vereist en vooral dat de gevolgen van kunstgras voor het milieu ernstig kunnen zijn. De ‘infill’, vaak gemaakt van oude autobanden, kan zware metalen zoals zink naar de bodem laten lekken, waardoor er aan het eind van de levenscyclus hoge extra kosten ontstaan. De vervuilde grond moet immers worden afgegraven en verwerkt. Ook wanneer er gewerkt wordt met een infill van kurk betreft het nog steeds een gebiedsvreemd product dat in het milieu terecht komt. Hoe praktisch kunstgras ook mag lijken, als al deze zaken worden meegewogen bij de keuze van het type sportveld, komen sportclubs vaak (gelukkig) toch bij natuurgras uit.

NL Terreinlabel

Maar met de keuze voor natuurgras en een goed beheerplan ben je er nog niet. Een echte integrale benadering – ook bij de aanleg van een natuurgrasveld – vraagt om een nóg bredere visie. Want gezien de huidige ontwikkelingen kunnen we niet meer om thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit herstel, natuur inclusiviteit en circulariteit heen. Het is een kwestie van tijd dat de landelijke overheid deze zaken ook in wetgeving zal verankeren. Het NL Terreinlabel, dat is ontwikkeld door NL Greenlabel en o.a. toegepast wordt op sportvelden en parken, speelt nadrukkelijk in op deze ontwikkeling. Het label biedt een integrale visie op alle aspecten van duurzaamheid en werkt vanuit een methodiek die duurzaamheid aantoonbaar maakt gedurende het hele proces, van ontwerp tot beheer.

Indicatoren

Steven Kamerling, senior procesmanager bij NL Greenlabel, legt uit hoe de methodiek werkt: “Het NL Terreinlabel is eigenlijk het kleine zusje van het al breed ingeburgerde NL Gebiedslabel dat bij grotere gebiedsontwikkelingen wordt toegepast. De schaalgrootte verschilt maar de methodiek en de werkwijze zijn nagenoeg hetzelfde. Dat betekent dat we het betreffende terrein beoordelen op zes hoofdthema’s, zoals ‘ontwerp en materialisatie’, ‘energie en klimaatbestendigheid’, ‘biodiversiteit’. Aan de hand van bijna 30 indicatoren leidt de beoordeling tot een score, variërend van label G (zeer matig) tot A (uitstekend). Hierbij wordt een beknopte en leesbare rapportage gemaakt die inzicht geeft in de stand van zaken en de (meekoppel-) kansen. De rapportage is het vertrekpunt voor het overleg met de opdrachtgever, waarbij de bestaande kwaliteit wordt vergeleken met de ambities. Op deze manier fungeert de NL Terreinlabel-methodiek als een praktisch instrument om tot een duurzame inrichting en beheer van terreinen te komen.”

NL Terreinlabel Experts

Dat het NL Terreinlabel terrein wint is merkbaar op het kantoor van NL Greenlabel. ‘We worden bijna wekelijks gebeld voor informatie, het NL Terreinlabel is echt hot’ vertelt Pieter van den Braak, junior procesmanager bij NL Greenlabel. ‘Een sprekend voorbeeld zijn de sportaccommodaties van de Gemeente Amsterdam. De gemeente vroeg ons aanvankelijk voor een pilot om vijf Amsterdamse sportparken aan de hand van het NL Terreinlabel te beoordelen. Dat beviel zo goed, dat we inmiddels alle sportparken hebben beoordeeld. Dat hebben we overigens gedaan in nauwe samenwerking met de NL Terreinlabel Expert van de gemeente zelf, die speciaal daarvoor is opgeleid door IPC Academy. Ook deze opleiding is een succes, want inmiddels zijn er al zo’n veertig NL Terreinlabel Experts in het hele land actief. Dat is mooi, want daardoor kunnen deze groenspecialisten de praktische beoordeling zélf uitvoeren en kunnen wij ons bij NL Greenlabel vooral richten op de inhoudelijke ontwikkeling van onze labels voor de leefomgeving.’

Dit artikel verscheen eerder in GWW Totaal